Menu

Verhalen

De mensen van Wing bloggen over hun ervaringen en reflecties.

De kunst van het dwalen

Circulaire economie, energietransitie, klimaatadaptatie, duurzame voedselstrategie. De belangstelling voor deze onderwerpen bij steden en regio’s is verheugend. Provincie en rijk stellen hiervoor prachtige langetermijndoelen. Maar op het lokale niveau, al dan niet in regionale samenwerking, moeten de nieuwe praktijken daadwerkelijk ontstaan. Praktijken waarvan de overheid steeds minder zelf initiatiefnemer of investeerder is. Bedrijven en burgers, de energieke samenleving, is aan zet. Dat brengt veel bestuurders en beleidsmakers in verlegenheid. Wat heb je nog te zeggen over de bestemming, en hoe die te bereiken, als het voertuig dat je daar moet brengen niet van jezelf is?

Voorbij abstracte vergezichten

Gisteren zette ik me aan het schrijven van een voorstel voor een ambitieuze gemeente. Deze gemeente wil meters maken op het gebied van de energietransitie. Ingrediënten: belangen verbinden, bedrijven en burgers betrekken, co-creatief, al doende leren, gebiedsgericht, en vooral: concreet. De tijd van abstracte vergezichten is voorbij. Het klonk niet onlogisch. Ik schetste een traject van actieve netwerkontwikkeling, waarbij kruisbestuiving tot onverwachte en nog niet bedachte initiatieven zou kunnen leiden. Duizend bloemen laten bloeien, met de overheid als facilitator, verbinder en loket. Maar hoe vrijblijvendheid voorkomen, druk op de ketel houden, publieke doelen bewaken? Ik kreeg het nog niet scherp. Hoewel ik om zes uur met een glas witte wijn in de avondzon had willen zitten, klapte ik pas om half acht, hongerig en ook nog onvoldaan, mijn laptop dicht. 

Kaart en tussendoel

Vandaag laat ik het rusten, een vrije dag. De ochtendzon is nu van mij. Ik lees het nieuwste boek van Jos Kessels, ‘Scholing van de geest’. Hij beschrijft hoe hij zonder vooropgezette route in een paar maanden half Europa wil doorkruisen. De eerste dag komt hij na een zware bergtocht van honderd kilometer aan bij een overnachtingsplek. Hemelsbreed blijkt dat niet ver van zijn beginpunt te zijn. En dat voelt dan toch erg onbevredigend. Wanneer hij de kaart bestudeert, ontdekt hij een tussendoel. Over een aantal weken wil hij een vriend bezoeken in A. Dat is op weg naar het einddoel, thuis, dat nog onbereikbaar en ver weg lijkt. Met dit richtpunt voor ogen lukt het hem wel om zonder strakke route te genieten van wat hij onderweg tegenkomt, en het onverwachte toe te laten. Hij beschrijft het als een paradoxaal gevoel: ik kan pas zwerven, als ik weet waar ik naar toe wil. 

Gericht dwalen

Het beeld vertaalt zich in mijn hoofd naar het voorstel waar ik gisteren mee worstelde. Als expeditie op ontdekkingsreis kunnen we mogelijke wegen naar duurzame projecten en praktijken in kaart brengen. Dat is een doorgaand, (co)creatief proces. Die kaart is de basis om bereikbare tussendoelen te stellen. De expeditie trekt verder, brengt nieuwe wegen in kaart en stelt nieuwe tussendoelen. Al doende leren we meer over welke wegen interessant en goed begaanbaar zijn. In die aanpak heeft het (verlengd) lokaal bestuur een registrerende, stimulerende, verbindende, en daarmee ook richtinggevende rol. Op die manier kunnen we tempo én koers houden. Werken in en aan transities lijkt op gericht dwalen. Ik realiseer me dat dwalen iets anders is dan verdwalen.