Menu

Verhalen

De mensen van Wing bloggen over hun ervaringen en reflecties.

Energietransitie: leren van de Nederlandse wateraanpak

Nederland profileert zich al jaren als gidsland als het gaat om bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hoog water. Wat kan Nederland leren van deze aanpak als het gaat om de transitie naar duurzame energie?

Eind september was er in Amsterdam een ‘Klimaatmars’ in de aanloop naar de VN-klimaattop. Voor het eerst een duidelijke oproep van ‘mensen van de straat: er moeten nu echt maatregelen worden getroffen om de CO2-uitstoot te verminderen! 

De gevolgen van klimaatverandering worden steeds duidelijker, denk bijvoorbeeld aan de ondergelopen straten in Amsterdam deze zomer. Nederland profileert zich al jaren als gidsland als het gaat om bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hoog water. Denk hierbij niet in de laatste plaats aan de internationale prijsvraag Rebuild by Design, met hoofdrollen voor Henk Ovink en verscheidene Nederlandse winnaars. 

Opvallend is dat Nederland als het gaat om de energieopgave met 4,5% duurzame energievoorziening vooralsnog achterblijft. En dat terwijl de energieopgave als doel heeft de gevolgen van dezelfde klimaatverandering te verminderen en een vergelijkbare omvang en impact heeft. Eerdere energietransities lieten bijvoorbeeld zien dat energie een sterke ruimtelijke impact heeft, waarbij soms zelfs zogenaamde ‘energielandschappen’ ontstaan. Treffende voorbeelden zijn dagbouwmijnen in Duitsland, bergtopafgravingen in de VS en natuurlijk de veenafgravingen in Nederland. 

Rijksadviseur Eric Luiten stelde onlangs hoopvol dat de energie- en de wateropgave de komende decennia met expliciete aandacht voor de landschappelijke dimensie zullen worden opgepakt. Als Wageningse landschapsarchitect vraag ik me af of er op dit moment al met deze landschappelijke bril naar de energieopgave wordt gekeken, zodat de hoop van Luiten ook werkelijkheid wordt. 

Om de energieopgave de benodigde urgentie en snelheid te geven ligt een vergelijking met de wateropgave ligt voor de hand. De eeuwenlange strijd tegen en met het water heeft namelijk geresulteerd in een volwassen omgang met deze opgave. Er zijn structuren opgebouwd waarin kennis, financiering en de bestuurlijke processen in zijn georganiseerd. Het nationale Deltaprogramma heeft hierbij voor een stevige impuls gezorgd en faciliteert samenwerking door verschillende schalen heen. Bovendien is de Deltacommissaris inmiddels een bekend gezicht in de media en het Deltafonds voorziet in 400 miljoen euro per jaar om de opgave aan te pakken.

Wat kunnen we hiervan leren voor energie? Zou er bijvoorbeeld toch een Nationaal Energieprogramma moeten komen, ondersteund door het Energietransitiefonds? En een Energiecommissaris om het programma op te stellen, partijen te verbinden en de voortgang te bewaken? En als de Energiecommissaris en de Deltacommissaris dan ook nog eens de verbinding tussen beide programma’s weten te leggen kunnen er prachtige combinaties in het landschap gaan ontstaan…

 
Dirk Oudes 09/04/2015