Doelsturing werkt beter in het gebied

Boeren worden steeds vaker beoordeeld op wat zij bereiken in plaats van wat zij doen. KPI’s maken duurzaamheid meetbaar, ook voor boeren zelf. Maar sturen op prestaties werkt pas echt goed als je het niet alleen op bedrijfsniveau doet, maar in samenhang in een gebied.

De overheid en de agrarische sector willen dat boeren in de toekomst worden beoordeeld op hun prestaties, bijvoorbeeld op gebied van stikstofreductie, biodiversiteit of waterkwaliteit. Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) spelen daarin een belangrijke rol. Wing ziet kansen om deze manier van sturen op doelen niet alleen op bedrijfsniveau, maar juist ook in gebieden toe te passen en op gebiedsniveau afspraken te maken met gebiedspartners. Daarbij kunnen doelen per bedrijf verschillen, zolang het totaal in het gebied klopt.

Van maatregel naar prestatie

Traditioneel stuurt de overheid vooral op regels: vaste maatregelen die voor iedereen gelden. Daarbij is er weinig ruimte voor verschillen tussen bedrijven, zoals grondsoort, weersomstandigheden of bedrijfsstijl. Met doelsturing verschuift de aandacht van regels naar resultaten. Boeren krijgen meer ruimte om zelf te bepalen hoe zij doelen halen, bijvoorbeeld bij bemestingskeuzes, bij de oogst van gewassen of stalinrichting. Niet de maatregel staat centraal, maar de prestatie.

Gemeenschappelijke taal

Duurzaamheid is een abstract begrip. KPI’s maken het concreet en meetbaar. Door afspraken te maken over definities en berekeningen ontstaat duidelijkheid: wat bedoelen we met goede waterkwaliteit of biodiversiteit? Dat helpt boeren, overheden, ketenpartijen en financiers. Als iedereen dezelfde taal spreekt, wordt samenwerken een stuk makkelijker.

Samen leren

Momenteel ligt de focus bij KPI’s vaak op het individuele bedrijf. Wing ziet kansen om doelsturing onderdeel te maken van een gebiedsgerichte aanpak. Boeren kunnen samen leren, ervaringen uitwisselen en elkaar helpen om stappen te zetten.

Bijvoorbeeld in studiegroepen of via een gezamenlijk dashboard waarin prestaties zichtbaar worden. Dat is belangrijk, want waar regels duidelijkheid geven, geeft sturen op doelen minder zekerheid. Wanneer doe je het goed genoeg? Hoe meet je vooruitgang? Dat doet een groter beroep op vakmanschap. En hoe mooi is het om daar samen in op te trekken?

Een gebiedsgerichte aanpak maakt het ook makkelijker om andere partijen te betrekken, zoals provincies, gemeenten, waterschappen en natuurbeherende organisaties. Samen kunnen zij bespreken wat belangrijk is in een gebied en hoe zij daarop willen sturen. Naast landbouw en milieu kan dat bijvoorbeeld ook gaan over recreatieve doelen of ruimtelijke kwaliteit.

Voorbereiden

Duurzaamheidsdoelen zullen in de toekomst waarschijnlijk steeds concreter worden vastgelegd in normerend beleid, bijvoorbeeld via milieugebruiksruimte; hoeveel een bedrijf het milieu mag belasten. Juist daarom is het waardevol om te oefenen met doelsturing en KPI’s. Zo kunnen ondernemers hun vakmanschap ontwikkelen en zich voorbereiden op wat komt.

Wing onderzoekt dit samen met Wageningen University & Research en gebiedspartners in Overijssel, Noord-Brabant en Noord-Holland. We brengen in kaart welke informatie nodig is om goed te kunnen sturen en hoe dat zichtbaar kan worden gemaakt, bijvoorbeeld in een gebiedsdashboard. Daarbij verschilt de informatiebehoefte per gebruiker: een boer of een natuurbeheerder vraagt iets anders dan een provincie of gemeente. We kijken ook welke data ervoor nodig is.

Tijd en vertrouwen

KPI’s zijn een hulpmiddel, maar cijfers alleen zijn niet genoeg. Samen leren kost tijd. Daarnaast moeten ondernemers bereid zijn om data te delen, en dat vraagt vertrouwen. Pas dan ontstaat ruimte om prestaties te bespreken, ervaringen uit te wisselen en nieuwe oplossingen te verkennen.

Tegelijk moet doelsturing nog verder worden ontwikkeld om betrouwbaar en juridisch geborgd te zijn. Als dat niet transparant is, kan dat leiden tot discussie en wantrouwen en zijn de resultaten beperkt bruikbaar. Pas als cijfers en werkelijkheid overeenkomen, kun je écht sturen op doelen. Heldere afspraken over meten en vastleggen zijn daarom essentieel. Daar wil Wing samen met betrokken partijen in de komende periode meer ervaring mee opdoen.