Het Mosselconvenant bracht natuurorganisaties, overheid en mosselsector bij elkaar rond één ambitie: natuurherstel én een toekomstbestendige mosselvisserij. Die aanpak boekte resultaat, maar loopt nu vast op ruimtegebrek voor nieuwe mosselzaadinvanginstallaties. Welke keuzes zijn nodig om de transitie weer vlot te trekken?
Het Mosselconvenant werd in 2008 gesloten om de bodemvisserij op mosselzaad stap voor stap te vervangen door mosselzaadinvanginstallaties, oftewel MZI’s. Die vangen mosselzaad op in de waterkolom, waardoor minder bodemberoerende visserij nodig is om het zaad te verkrijgen. Zo ontstaat ruimte voor natuurherstel in de Waddenzee, terwijl de mosselsector economisch perspectief houdt. De afgelopen jaren zijn belangrijke stappen gezet. Inmiddels komt een groot deel van het mosselzaad uit MZI’s en is een deel van de waardevolle gebieden gesloten voor bodemberoerende visserij.
Beperkte ruimte
Maar het zetten van de volgende stap blijkt lastiger dan gedacht. Voor verdere afbouw van de bodemzaadvisserij zijn extra MZI-locaties nodig, en daar wringt het. Een deel van de beoogde gebieden blijkt archeologisch zeer waardevol. In de Waddenzeebodem liggen veel resten van historische schepen die beschermd moeten worden. Hierdoor kunnen vergunningen voor nieuwe MZI’s niet of slechts beperkt worden verleend.
Volgens de huidige afspraken zou in 2026 een nieuwe stap worden gezet richting 65 procent gesloten visgebied. Daarvoor is echter aanzienlijk meer MZI-capaciteit nodig dan nu beschikbaar is. De convenantspartijen werken daarom aan nieuwe oplossingen en scenario’s voor de toekomst. De kernvraag is hoe de transitie verder kan zonder de bescherming van archeologische waarden uit het oog te verliezen.
Natuur als tweede pijler
Het convenant draait niet alleen om de visserijtransitie. Natuurherstel vormt vanaf de start de tweede pijler. Mede hierdoor kwam het Programma naar een Rijke Waddenzee van de grond en vindt er divers onderzoek plaats naar natuurherstel. Veel stabiele mosselbanken liggen inmiddels in beschermde gebieden. Tegelijk benadrukken onderzoekers dat natuurherstel in de dynamische Waddenzee een kwestie van lange adem is. Effecten worden pas na langere tijd zichtbaar. Daarom zijn langdurige monitoring en aanvullende herstelmaatregelen nodig om te bepalen welke aanpak werkelijk werkt.
Initiatieven zoals Swimway Waddenzee en projectvoorstellen die gericht zijn op herstel van hard substraat laten zien dat er volop ideeën zijn om de ecologische kwaliteit van het gebied verder te versterken. De uitdaging voor de komende jaren is om deze plannen om te zetten in concrete projecten.
Samen vooruit
De ambitie van het Mosselconvenant staat nog steeds: duurzame mosselkweek en natuurherstel moeten hand in hand gaan. Maar de transitie staat onder druk. Daarvoor zijn creatieve oplossingen en nauwe samenwerkingen nodig. Juist in een gebied waar natuur, visserij, cultuurhistorie en ruimtegebruik samenkomen, blijft het gesprek tussen alle betrokken partijen onmisbaar om uiteenlopende ambities en doelen samen te kunnen realiseren.