In tien jaar tijd is in Nederland een stevig stelsel van agrarisch natuur- en landschapsbeheer opgebouwd. Ruim 12.000 boeren werken samen aan het versterken van natuur en landschap. De ambitie is om dit sterk uit te breiden. Maar kan het huidige stelsel die groei aan?
Het stelsel voor agrarisch natuurbeheer ontstond in 2016 als experiment in publiek-private samenwerking en gebiedsgerichte aanpak. Inmiddels is het uitgegroeid tot een breed gedragen aanpak met Europese erkenning. Op ongeveer 120.000 hectare landbouwgrond voeren ruim 12.000 boeren via de regeling agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) maatregelen uit die natuur en landschap versterken. Provincies, het ministerie van LVVN, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en BoerenNatuur (een vereniging van 39 agrarische collectieven) werken samen in een bestuurlijke ‘vierhoek’. De agrarische collectieven spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het ANLb. Als subsidieaanvrager maken zij op gebiedsniveau afspraken met boeren en vertalen beleidsdoelen naar maatregelen op het boerenerf.
Ambitie en opgave
Het succes van het ANLb smaakt naar meer. Boeren, agrarische collectieven en overheden zien deze aanpak als kansrijke route naar natuurinclusieve landbouw en versnelling van de verduurzaming van het landelijk gebied. Structurele financiering kan oplopen tot circa €400 miljoen per jaar vanaf 2030, zo staat in het coalitieakkoord (Jetten-1). Daarmee groeit het areaal agrarisch natuurbeheer mogelijk naar 300.000 hectare. Tegelijk roept deze opschaling vragen op: is het huidige ANB-stelsel klaar voor zo’n sprong?
Doorontwikkelen van het stelsel
Om die ambitie waar te maken zijn heldere afspraken nodig tussen ministerie, provincies, RVO en BoerenNatuur over regie, samenwerking en besluitvorming. Ook moeten betrokken organisaties in de vierhoek investeren in capaciteit en expertise. Verder moeten er afspraken komen over hoe het ministerie LVVN haar regierol wil invullen nu er heel veel extra rijksmiddelen beschikbaar komen in het stelsel. Daarnaast moet worden gekeken naar een betere positionering van BoerenNatuur -als private organisatie- in de governance van het stelsel. Het huidige governance- en besluitvormingsmodel is organisch gegroeid en heeft nog kenmerken van een pioniersfase. Nu het stelsel volwassen wordt en er meer publieke middelen in omgaan, ontstaat behoefte aan professionalisering. Verzakelijking van de samenwerking en meer sturing op doelen en resultaten is daarbij noodzakelijk. Daarnaast vraagt de uitbreiding van het stelsel om uitbreiding van capaciteit en versterken van deskundigheid binnen de organisaties.
Doorontwikkelen agrarische collectieven
Ook binnen BoerenNatuur en de agrarische collectieven zelf staat doorontwikkeling centraal. Elk collectief wil immers goed voorbereid zijn voor de toekomst en tegelijkertijd naast de boer aan de keukentafel zitten. Dit vraagt om continue aanpassing, verandering en verdere ontwikkeling van de eigen organisatie.
Om de beoogde groei van deelnemers, hectares en omzet goed te kunnen blijven inpassen heeft de vereniging BoerenNatuur begin vorig jaar een doorontwikkelingstraject ingezet, dat vraagt om kwaliteitssprong van de gehele organisatie. De beoogde groei roept op tot actie vanuit ieder collectief, iedere provincie en van BoerenNatuur in zijn geheel. Momenteel loopt er een tweejarig verenigingsprogramma om de organisatie robuuster en toekomstbestendiger te maken. Onder het motto: ‘één stem, één belofte, één kwaliteitsniveau’.
Samen vooruit
Hoewel de bereidheid tot samenwerking groot is, bestaat er nog onduidelijkheid over de volgende stap na de pioniersfase. Een interbestuurlijk programma agrarisch natuurbeheer is nodig om middelen doelgericht en effectief in te zetten. Tegelijk biedt het benutten van bestaande GLB-kaders en overleg- en besluitvormingsstructuren kansen en rust. Daarnaast is het belangrijk om de rol van BoerenNatuur in besluitvorming te verduidelijken, zodat uitvoeringskennis structureel wordt benut in de beleidsontwikkeling.
Goud
Met het huidige stelsel van agrarisch natuurbeheer hebben partijen goud in handen. Door ambitie te tonen, te investeren in het versterken van de samenwerking en het uitbreiden van capaciteit en expertise, kan dit stelsel uitgroeien tot een sterke pijler onder de transitie van de landbouw in het landelijk gebied. Zo blijft het stelsel toekomstbestendig.
Rapporten