Wat gebeurt er als een gebied letterlijk een plek krijgt in een overleg? Tijdens een gebiedsopstelling bleek hoe zeer partijen met elkaar bezig zijn en wat er nodig is om het gebied zelf centraal te laten staan. De inzichten over rol, regie en vertrouwen zijn confronterend én herkenbaar.
In Nederland zijn onze cultuurlandschappen gevormd door eeuwenlange interactie tussen landbouw en natuur. Juist in de overgangszones, de plekken waar landbouwgrond en natuurgebieden naast elkaar liggen, komen belangen samen. Deze gebieden moeten biodiversiteit versterken én perspectief bieden voor landbouw. Dat schuurt regelmatig, zeker nu politieke duidelijkheid ontbreekt over de koers.
Tegelijkertijd ontstaan overal initiatieven van onderop. Tijdens Springtij, het jaarlijkse duurzaamheid- en transitieforum op Terschelling, gingen we met een gebiedsopstelling op verkenning. Wat leeft er in dit gebied? Wat heeft het nodig? En welke rol speelt de provincie hierin?
Wat is een gebiedsopstelling?
Een gebiedsopstelling is een systemische werkvorm die zichtbaar maakt hoe mensen en een gebied, landschap of watersystemen zich tot elkaar verhouden, vergelijkbaar met familie- of organisatieopstellingen. Deelnemers (of representanten) nemen een plek in de ruimte in en nemen waar wat er gebeurt op die plek. Hierdoor worden onderstromen, spanningen en blinde vlekken tastbaar en bespreekbaar. Ook het gebied zelf heeft een plek in de ruimte, vertegenwoordigd door een deelnemer.
Afstand en ongemak
Bij de start viel direct de grote afstand op tussen het gebied en de representanten van de betrokken organisaties. Er was zelfs een microfoon nodig om elkaar te verstaan. Iedereen leek zoekende: naar de juiste plek, maar ook naar de juiste rol. Er was vooral aandacht voor elkaar, minder voor het gebied. Heel langzaam kwam er beweging richting het gebied. Op een gegeven moment was de microfoon niet meer nodig: mensen kwamen dichterbij, in alle opzichten. Pas toen rollen expliciet werden uitgesproken, kwam er focus.
Vertrouwen en rol
De representant van de boeren voelde zich zichtbaar ongemakkelijk. Zijn vertrouwen in de provincie was beschadigd. Hij sprak dit hardop uit. Gaandeweg veranderde er iets. De aandacht verschoof: van aandacht voor onderlinge posities naar aandacht voor het gebied. Daar ging het tenslotte om. Toen iemand tegen het gebied zei: ‘Ik ben er voor je en ik heb de anderen ook nodig’, ontstond er een voelbare rust.
Wat leren we hiervan?
De inzichten zijn breder toepasbaar. In veel gebiedsprocessen staat het gebied niet vanzelf centraal: partijen zijn eerst en vooral met elkaar bezig. Pas toen er aandacht kwam voor het gebied zelf, ontstond beweging. Ook zoeken provincies regelmatig naar hun rol. Die onzekerheid maakt anderen afwachtend. Regie hoeft niet per se bij één partij te liggen, maar iemand moet verantwoordelijkheid nemen. Het is essentieel dat duidelijk is wie welke rol pakt. Bovendien blijkt vertrouwen kwetsbaar. Zo bleek hier dat het vertrouwen van de boeren in de provincie was geschaad. Herstel vraagt tijd, aandacht en consistent gedrag.
Tot slot
Hoewel we ons in deze opstelling gericht hebben op de rol van de provincie, zien we dat de inzichten ook gelden voor de landelijke overheid. Met het recent gestarte kabinet komt er weer meer aandacht voor gebiedsprocessen. Het is cruciaal dat we het gebied centraal durven zetten en uitgesproken helder zijn over wie welke rol pakt.
Deze gebiedsopstelling liet zien hoe waardevol het is om letterlijk stil te staan in een gebied. Om te luisteren naar wat het gebied nodig heeft. Om te erkennen wat schuurt. En om uit te spreken waar je staat.
Want pas als het gebied een stem krijgt, kunnen we samen zorgen dat het gehoord wordt.