Hoe Zuid-Holland ruimte maakt voor windenergie

Gemeenten in het Groene Hart willen meer duurzame energie opwekken, maar lopen vast op de beschikbare ruimte. Windmolens zijn groot, zichtbaar en hebben impact op het landschap, de natuur en de leefomgeving. In een omgevingseffectrapportage onderzocht de Provincie Zuid-Holland, met ondersteuning van Wing, waar windenergie wél een plek kan krijgen.

In de RES’en (Regionale Energiestrategieën) van gemeenten staan doelen voor onder andere de opwek van windenergie. De meeste gemeenten lukt het echter niet om voldoende locaties te vinden voor windturbines. Energiedoelstellingen zijn belangrijk, maar provinciaal en gemeentelijk beleid kent ook andere doelen, zoals het beschermen van weidevogels en landschappelijk erfgoed. Dat maakt dat de ambities voor duurzame energie tot nu toe nauwelijks zijn gerealiseerd. Om uit de patstelling te komen, startte de provincie zelf een onderzoek naar haalbare locaties. Landschapsarchitecten van Wing ondersteunden hierbij.

Drie alternatieven

3 alternatieven die zijn onderzocht en waaruit een voorkeursalternatief is samengesteld.

We ondersteunden de provincie bij het formuleren van uitgangspunten waaraan alle planvoorstellen moesten voldoen, zoals voldoende afstand tot woningen en aandacht voor kwetsbare natuur. Daarbij zochten we naar locaties voor ongeveer 70 tot 90 turbines van 5,6 MW, met een tiphoogte van 240 meter. Dit aantal sluit aan bij de regionale doelen.
Vervolgens ontwierpen we op kaarten drie ruimtelijke alternatieven: Natuur, Leefomgeving en Landschap, met daarin verschillende locatiekeuzen. Per alternatief leverden we, samen met provinciale experts, een heldere onderbouwing voor de gemaakte keuzes. Voor de verschillende alternatieven beschreven we ook de effecten op de omgeving. Op basis hiervan maakten we één integraal alternatief: een combinatie van locaties met de meest acceptabele omgevingseffecten.

Voorlopig resultaat van de OER: primaire en secundaire zoekgebieden windenergie.

Grote impact

Wat de uiteindelijke keuze ook wordt, één ding is duidelijk: deze grote windturbines, die al op kilometers afstand zichtbaar zijn, hebben grote impact op het landschap. In het integrale alternatief is daarom gekozen voor enkele grote clusters van turbines. Zo blijven er gebieden zonder windenergie in het Groene Hart en dit maakt mogelijk om in gebieden met turbines te werken aan flankerende maatregelen in het landschap die de effecten verzachten.
Er is een landschap mogelijk waarin windenergie voorziet in de grote energieconsumptie van de samenleving. Windenergie zal dan plaatselijk wel dominant aanwezig zijn. Dit zal zeer waarschijnlijk ook tot weerstand en discussie leiden. De vraag is: willen we onze duurzame energie écht in de eigen omgeving opwekken? Of zijn er alternatieven? Dit jaar moet blijken of provincie en gemeenten met deze informatie de stap durven zetten naar concrete locatiekeuzen.

Samenwerkingspartners

  • Noël van Dooren
  • Waardenburg Ecology