Toelatingskader gewasbeschermingsmiddelen onder de loep

Hoe kan het toelatingssysteem voor gewasbeschermingsmiddelen nieuwe wetenschappelijke inzichten sneller benutten? Voor het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) analyseerden we waar het Europese en Nederlandse kader goed werkt en waar het beter kan.

Het ministerie wilde weten in hoeverre het huidige toelatingssysteem voor gewasbeschermingsmiddelen de veiligheid voor mens, dier en milieu borgt en waar verbeterkansen liggen. Wing en regMSC combineerden literatuuronderzoek met interviews met betrokken instanties en een vergelijking met andere domeinen, zoals geneesmiddelen, biociden en de Europese verordening over productie en handel in chemische stoffen (REACH). Zo brachten we sterke punten en knelpunten in beeld.

Verbinding wetenschap, beleid en praktijk

Nieuwe wetenschappelijke inzichten krijgen op meerdere momenten een plek in de toelatingsketen, bijvoorbeeld bij goedkeuring van werkzame stoffen, middelentoelating en herbeoordelingen. De samenwerking tussen het ministerie van LVVN, het Ctgb, WUR en het RIVM speelt hierbij een belangrijke rol. Tegelijkertijd is het proces van prioriteren en programmeren van onderzoek weinig transparant. Maatschappelijke vragen, bijvoorbeeld over de link tussen de ziekte van Parkinson en gewasbeschermingsmiddelen, zijn niet altijd terug te vinden in de onderzoeksagenda over gewasbeschermingsmiddelen.

Monitoring

Ook de inzet van monitoringdata is nu niet helder belegd. Monitoringsgegevens over waterkwaliteit, veldmetingen en praktijkervaringen zijn versnipperd en het is niet altijd duidelijk hoe signalen leiden tot herbeoordeling of aanpassing van toelatingen. Andere domeinen, zoals de farmacovigilantie bij geneesmiddelen, laten zien dat een systematische meld- en analysefunctie goed kan werken. Dat biedt aanknopingspunten voor verbetering.

Van observaties naar handelingsperspectief

De analyse laat zien dat het reviewproces inhoudelijk stevig is, maar opener kan. Het systeem voor tussentijdse herziening is formeel aanwezig, maar in de praktijk traag en weinig zichtbaar. De groeiende complexiteit van het toetsingskader vergroot bovendien de doorlooptijden. Ook verschillen met andere kaders, zoals de Kaderrichtlijn Water, zorgen voor spanning: een stof kan aan toelatingseisen voldoen en toch waterkwaliteitsnormen overschrijden.
In ons rapport adviseren we daarom onder andere meer transparantie over beoordelingen en dossiers, een duidelijke en bredere onderzoeksprogrammering, een expliciet kader voor het gebruik van monitoringsgegevens en betere afstemming tussen diverse Europese en nationale kaders.

Toekomst

Met deze analyse bieden we een onderbouwd advies om het toelatingskader voor gewasbeschermingsmiddelen flexibeler, transparanter en toekomstbestendig te maken. Zo kan de veiligheid voor mens, dier en milieu beter worden geborgd, zonder de continuïteit van landbouw en voedselzekerheid uit het oog te verliezen.

Lees de rapportage Analyse Toelatingskader Gewasbescherming (pdf)