Eems-Dollard 2050: op koers of bijsturen?

Werkt Eems-Dollard 2050 nog zoals bedoeld? Wing onderzocht wat de afgelopen vijf jaar opleverden en waar bijsturing nodig is. De conclusie: het programma boekt vooruitgang, maar de volgende fase vraagt om scherpere keuzes en steviger bestuurlijk eigenaarschap.

De Eems-Dollard is het enige estuarium van de Waddenzee: een gebied waar zoet en zout water samenkomen. Door een teveel aan slib is het water troebel, met gevolgen voor vissen, vogels en planten. In het programma Eems-Dollard 2050 werken overheden, bedrijven en natuurorganisaties samen aan drie doelen: helderder water, meer leefgebied voor planten en dieren en een gebied dat kan omgaan met klimaatverandering. In opdracht van de programmaorganisatie evalueerde Wing de voortgang en de samenwerking.

Wing toetste de afgesproken programmaresultaten voor 2026 en bekeek of de huidige aanpak en samenwerking nog passend zijn. We spraken meer dan dertig betrokkenen, van projectleiders tot stuurgroepleden. Ook organiseerden we gezamenlijke werksessies. Ten slotte hebben we ons advies toegelicht aan de stuurgroep Ecologie & Economie in balans.

Slibproblematiek

De afgelopen eeuwen zijn grote gebieden rond de Eems-Dollard ingepolderd. Daarnaast zijn de vaargeulen in de loop van de tijd verdiept en verbreed. Door de sterkere vloedstroom komt er meer slib in de Eems-Dollard, terwijl er minder ruimte is om slib te laten bezinken. De afgelopen jaren is daarom vooral ingezet op het opschalen van de slibaanpak: jaarlijks één miljoen ton slib (droge stof) uit het systeem halen en nuttig toepassen, bijvoorbeeld voor dijkversterking of het ophogen van landbouwgrond. Daarmee is organisatorisch en technisch veel geleerd. Tegelijk is het effect hiervan op de waterkwaliteit nog niet eenduidig vast te stellen.

Focus niet enkel op slib

De sterke focus op slib heeft andere onderdelen van het programma naar de achtergrond gedrukt. Bovendien zijn er onzekerheden: wat als het verwijderen van slib minder effect heeft dan verwacht? Of als andere ontwikkelingen, zoals vaargeulverdieping in Duitsland, dat effect tenietdoen? Slibonttrekking is een belangrijk middel om de natuur van het estuarium te herstellen, maar we moeten ook breder kijken. Wing adviseerde daarom om ook de andere strategieën voor natuurherstel weer op te pakken en scenario’s uit te werken voor het geval voorgenomen maatregelen niet haalbaar blijken.

Goede afspraken tussen Rijk en regio

Een tweede belangrijke les betreft de samenwerking. Voor een gebied met nationale en internationale betekenis zijn duidelijke afspraken over rollen, inzet en financiering van Rijk en regio van groot belang. In de beginjaren lag de nadruk op kennisontwikkeling, met een grote rol voor het Rijk. In de tweede programmaperiode verschoof de aandacht meer richting uitvoering, met logischerwijs meer trekkerschap bij de regio. Alleen met gedeeld eigenaarschap kan het programma richting 2050 effectief blijven bijdragen aan een veerkrachtige Eems-Dollard. Rijk en regio zullen dus goede afspraken moeten maken over rollen, inzet en financiering in de vervolgfase.