Breng het elektriciteitsnet weer bovengronds

Om het elektriciteitsnet uit te breiden graven we ons letterlijk de diepte in. Maar is ondergronds nog wel altijd de beste keuze? Wing onderzocht de kansen en knelpunten van bovengrondse laagspanningsnetten.

Nederland legt elektriciteitsverbindingen op laagspanningsniveau standaard ondergronds aan. In veel buurlanden gebeurt dat juist bovengronds, zeker in het landelijk gebied. Die vanzelfsprekendheid van ondergronds aanleggen stellen we ter discussie: de energietransitie vraagt om een snelle uitbreiding van het net, maar aanleg van ondergrondse tracés kost veel tijd. Daarnaast is de ondergrond overvol, met name in de stedelijke gebieden waar kabels en leidingen voor elektriciteit, internet, gas, water en riolering op en door elkaar liggen. Op eigen initiatief en met ondersteuning van het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NPRES) verkende Wing kansen en knelpunten voor (her)introductie van bovengrondse laagspanningsinfrastructuur.

Verkenning in de praktijk

Om meer inzicht te krijgen in de voor- en nadelen keken we onder meer naar het laatste stuk bovengronds laagspanningsnet dat nog in gebruik is: het negentig kilometer lange net van Stedin in de Krimpenerwaard. We spraken onder meer met deskundigen uit de praktijk en met experts op het gebied van beleid en ruimtelijke kwaliteit. Op basis daarvan ontwikkelden we een compacte, beeldende flyer waarin we de kansen en knelpunten van bovengrondse netten overzichtelijk samenvatten.

Kansen én knelpunten

Bovengrondse aanleg is sneller, goedkoper en biedt ruimte in de ondergrond voor nieuwe infrastructuur, zoals warmtenetten. Bovengrondse kabels kunnen bijvoorbeeld een oplossing zijn in wijken met smalle straten, waar de ondergrondse ruimte beperkt is. Daarnaast zorgt deze aanpak voor minder graafwerkzaamheden en dus voor minder (verkeers)overlast en bodemverstoring.
Maar er zijn ook kanttekeningen. Masten en kabels zijn kwetsbaar voor extreme weersomstandigheden, waardoor storingen vaker voorkomen. Deze zijn echter wel sneller te traceren en te verhelpen. Daarnaast kunnen vogels en vleermuizen hinder ondervinden van de draden. En experts verwachten langere procedures door weerstand vanuit de omgeving, omdat de kabels als ‘lelijk’ worden ervaren. Opvallend is overigens dat in de Krimpenerwaard mensen vragen om het behoud van de historische ‘bokpalen’.

Conclusie

De verkenning laat zien dat bovengrondse kabels kunnen bijdragen aan een snellere uitbreiding van het net en zo helpen om netcongestie te verminderen. Het is vooral kansrijk in specifieke situaties: bij bedrijventerreinen, in buitengebieden of op plekken met een volle ondergrond, bijvoorbeeld bij de aanleg van een warmtenet. Wing adviseert om samen met netbeheerders, gemeenten en natuurorganisaties pilots op te zetten om de technische, juridische en ecologische haalbaarheid verder te onderzoeken.

De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn samengevat in de informatieflyer.